Vraag mensen na afloop naar de mooiste dag van hun reis en je hoort zelden de eerste. De eerste dag is de dag van het zoeken naar de juiste bus, van het hotel dat er anders uitziet dan op de foto, van honger op een tijdstip waarop niemand ter plaatse eet, en van dat merkwaardige gevoel dat je er nog niet echt bent. Toch is het bijna altijd de dag die het strakst is volgepland.
Dat is geen toeval. Bij het maken van een reisplan ben je thuis, uitgerust, en kijk je naar een kaart waarop alles dicht bij elkaar ligt. De aankomstdag ziet er dan uit als een halve dag die je nog kunt gebruiken. Op papier klopt dat. In de praktijk is die halve dag het staartstuk van een dag die om vijf uur ’s ochtends begon met een wekker, en die verder bestond uit rijen, wachten, dragen en te weinig drinken.
Wat er dan gebeurt is voorspelbaar. Je loopt door een stad die je nog niet kunt lezen, met een lichaam dat vindt dat het bedtijd is, en je constateert dat het tegenvalt. Niet de stad valt tegen, jouw vermogen om hem op te nemen valt tegen. Maar de conclusie die je op dat moment trekt, plakt wel aan de plek. Ik ken meer dan genoeg mensen die een bestemming hebben afgeschreven op basis van een avond waarop ze te moe waren om iets te vinden.
Er speelt nog iets mee dat we bijna nooit benoemen. Reizen begint niet bij vertrek maar een week eerder, met alles wat er nog af moet voordat je weg kunt. De meeste mensen werken de laatste dagen voor een reis harder dan normaal om ruimte te maken, en stappen dus met een achterstand het vliegtuig in. De vakantie moet dan eerst een gat dichten voordat er iets bij kan.
Mijn eigen conclusie na jaren dit fout doen is simpel: laat de aankomstdag leeg. Niet half leeg, echt leeg. Geen museum, geen reservering, geen bezienswaardigheid die alleen vandaag open is. Wat wel werkt is een korte wandeling zonder doel in de buurt van waar je slaapt, ergens iets eten dat je niet hoeft uit te zoeken, en vroeg naar bed. Dat klinkt als een verspilde dag, en dat is precies de reflex die je moet overwinnen. Je koopt er de tweede dag mee, en die is meestal drie keer zoveel waard.
Praktisch helpt het ook om de aankomst zelf zachter te maken. Boek als het kan een aankomst die niet midden in de nacht of tegen het avondspitsuur valt. Zoek van tevoren uit hoe je van het vliegveld of het station naar je verblijf komt, zodat je die beslissing niet hoeft te nemen op het moment dat je er het slechtst toe in staat bent. En regel wat je onderweg nodig hebt voordat je vertrekt, want de eerste dag is de slechtste dag om nog dingen te moeten uitzoeken. Dat een reis vaak al voor vertrek wordt bepaald door zulke kleine keuzes, blijkt ook uit iets zo triviaals als schoenen: dat de voeten bij de landing anders zijn dan bij vertrek is geen bijgeloof maar gewoon lichaamskunde.
Er is één situatie waarin ik het omgekeerde zou adviseren, en dat is een korte reis van twee of drie nachten. Dan is de aankomstdag een aanzienlijk deel van je totale tijd en kun je hem niet weggeven. Maar dan zou ik ook niet ver gaan, en al helemaal niet naar een tijdzone die je ritme omgooit. Een lange vlucht voor een lang weekend is een rekensom die zelden uitkomt.
Wat je overhoudt als je de eerste dag durft leeg te laten, is een reis die vanaf dag twee begint in plaats van vanaf dag drie. Voor een week is dat een aanzienlijk verschil, en het kost je niets behalve de bereidheid om op de eerste avond niets bijzonders te doen. Dat is voor de meeste mensen, mezelf incluis, de moeilijkste reisbeslissing die er is.
De redactie van travelfocus.nl schrijft over reizen in Nederland en Europa: routes, plekken die de moeite waard zijn en praktische voorbereiding. Vragen of een correctie? Mail naar info@feelingcontent.nl.