Naar de inhoud
Nieuws

Vliegbelasting op verre vluchten omhoog: wat ga je straks extra betalen

Vlieg je na 1 januari 2027 verder dan 5.500 kilometer, dan betaal je 59,43 euro vliegbelasting per persoon. Dat is bijna het dubbele van de 30,25 euro die nu op elk ticket zit, maar wel een stuk minder dan de 74,81 euro die al was afgesproken. Het kabinet maakte die verlaging dinsdag bekend in het Belastingplan 2027.

Van één tarief naar drie

De vliegbelasting is nu voor elke bestemming hetzelfde. De Belastingdienst noemt op de pagina over de vliegbelasting een tarief van 30,25 euro per vertrekkende passagier in 2026, of je nu naar Alicante gaat of naar Jakarta. In 2022 was dat nog 7,95 euro.

Dat verandert per 1 januari 2027. Er komen dan drie tarieven, gekoppeld aan de afstand tot je bestemming. Volgens de Rijksoverheid wordt dat 31,04 euro voor vluchten korter dan 2.000 kilometer, 49,87 euro voor vluchten tussen de 2.000 en 5.500 kilometer, en 59,43 euro voor alles daarboven. Dat hoogste bedrag is precies het Duitse tarief voor lange vluchten, en dat is ook de reden: het kabinet wil dat Nederlandse luchthavens kunnen concurreren met de Duitse.

Wat het per ticket scheelt

De afstandsgrenzen bepalen alles, en die vallen soms anders uit dan je denkt. Barcelona, Lissabon en Malaga zitten onder de 2.000 kilometer en gaan dus van 30,25 naar 31,04 euro, een verschil van 79 cent. De Canarische Eilanden liggen op ruim 3.000 kilometer en vallen in de middelste klasse: daar gaat het van 30,25 naar 49,87 euro. Voor Antalya en de rest van Turkije geldt hetzelfde, net als voor Egypte.

De grootste sprong zit in de verste klasse. Een gezin van vier naar Bangkok betaalt nu 121 euro aan vliegbelasting. Vanaf 2027 wordt dat 237,72 euro, ruim 116 euro meer voor dezelfde reis. Was het tarief op de eerder afgesproken 74,81 euro blijven staan, dan had datzelfde gezin 299,24 euro betaald. De aanpassing van dinsdag scheelt hen dus ruim 61 euro, terwijl ze ten opzichte van vandaag nog altijd fors duurder uit zijn.

Eerder boeken helpt niet

De meest gestelde vraag bij een aangekondigde belastingverhoging is of je die kunt ontlopen door nu vast te boeken. Het antwoord is nee. De Belastingdienst schrijft er bij het huidige tarief expliciet bij dat het ook geldt als de passagier het ticket vóór 1 januari heeft gekocht. De belasting hangt aan de vertrekdatum en niet aan het moment van boeken, dus een ticket dat je vandaag koopt voor een vertrek in februari 2027 valt gewoon onder het nieuwe tarief.

Twee groepen betalen sowieso niets: kinderen onder de twee jaar en transferpassagiers die op een Nederlandse luchthaven alleen overstappen. Voor gezinnen met een baby scheelt dat dus één keer het tarief.

De branche vindt het niet genoeg

Reisbrancheorganisatie ANVR is voorzichtig positief maar niet tevreden. In TravMagazine noemt directeur Frank Radstake de aanpassing een stap in de goede richting, maar wijst hij erop dat bestemmingen op middellange afstand zoals Turkije in het nadeel blijven. Hij wil dat het onderwerp Europees wordt aangepakt, zodat alle EU-landen hetzelfde tarief hanteren. Schiphol steunt het kabinetsbesluit om het lange tarief gelijk te trekken met Duitsland.

Wij zouden dat laatste punt van Radstake serieus nemen, want daar zit de kern van het probleem. Zolang landen elkaar per tarief beconcurreren, verplaatst een deel van de reizigers zich gewoon naar de goedkoopste luchthaven en verandert er aan de uitstoot weinig. Voor wie vanaf Schiphol vertrekt is het intussen vooral rekenwerk: tussen nu en 2027 loopt de belasting op een verre vlucht met bijna dertig euro per persoon op.

Of je dat verschil ook terugziet in de ticketprijs is een tweede. De vliegbelasting wordt geheven bij de luchthaven, die hem doorberekent aan de maatschappij, en die verwerkt hem in het tarief. In de praktijk verschijnt hij als een aparte post in de belastingen en toeslagen op je boekingsbevestiging. Bij een stoeltje van 450 euro naar Azië valt bijna dertig euro extra weg in de ruis van de seizoensprijzen; op een goedkope vlucht binnen Europa is de vliegbelasting juist een groter deel van wat je betaalt, en daar blijft hij volgend jaar vrijwel gelijk.

Het is nog niet definitief

Belangrijk detail: de Tweede en Eerste Kamer moeten het Belastingplan nog goedkeuren en stemmen daar in november en december over. De drie tarieven per 2027 zijn al wel vastgelegd, het verlaagde bedrag van 59,43 euro nog niet. Gaat het voorstel sneuvelen, dan staat de 74,81 euro er weer. Houd daar rekening mee als je nu al een verre reis voor volgend jaar begroot, en let ook op je rechten als er onderweg iets misgaat: de Europese compensatieregels bij vertraging en annulering zijn dit jaar veranderd.

Delen:
Cookies en statistieken